Godfried Bomans

bomans

Godfried Bomans heeft in zijn studententijd in een kamer op de eerste verdieping gewoond aan de Pater Brugmanstraat 45. Hij zou hier ook “Erik of het klein insectenboek” geschreven hebben.

Interessante link: Het Godfried Bomans Genootschap

Maarten Vermaseren

vermaseren

Tot de bewoners van Nijmegen-Oost die bij het grote publiek onbekend zijn maar die zeker meer bekendheid verdienen, behoort zeker Maarten Jozef Vermaseren.

Hij werd op 7 april 1918 geboren in de Jan van Goyenstraat 46, “in een rooms gezin waar onderwijs het dagelijks brood bezorgde” (aldus Gabriël Sanders, p. 310). Vanaf 1921 woonde hij in de Heydenrijckstraat 53. Zijn middelbare schooltijd bracht hij door aan het Canisius College, “bij de Jezuïeten die hem onuitwisbaar het stempel opdrukten van de quinta essentia die hun wezen uitmaakt: grondig, geordend, onverzettelijk, zelfbewust en met een kijk op de wereld die Plato en Seneca, Plotinus en Augustinus moeiteloos inweeft in de boodschap van het Palestijnse evangelie” (Sanders, p. 310). Nadat hij daar zijn gymnasium-opleiding voltooide, studeerde hij klassieke letteren aan de Katholieke Universiteit alhier.

De oorlog onderbrak zijn studie (hij werd gedeporteerd naar Duitsland en diende enige tijd als tolk bij het Amerikaanse leger), maar in 1945 studeerde hij af als archeoloog, en ging twee jaar werken als journalist voor De Maasbode in Rome. Daar legde hij de basis voor zijn latere werk: tientallen publicaties over de Mithras- en Cybele-godsdienst in het Romeinse rijk. Daaruit ontstond het corpus van teksten en inscripties van de Mythras-godsdienst, dat een wetenschappelijk standaardwerk zou worden (Corpus Inscriptionum et Monumentorum Religionis Mithriacae, 1948); maar ook zijn proefschrift uit 1951, De Mithrasdienst in Rome, en een werk dat zijn naam bij een veel groter publiek bekend zou maken (en zelfs in een Japanse vertaling verscheen), Mithras de geheimzinnige God (Amsterdam, 1959).

Vermaseren studeerde begin-jaren vijftig in Parijs, Londen en Oxford, en werkte een aantal jaren als docent klassieke talen aan ‘De Werkplaats’ van Kees Boeke (1953-55) en het Vossius-gymnasium (1958-68). Tussentijds woonde en studeerde hij in Rome.

Van 1968 tot zijn vroegtijdige pensionering in 1979 was hij bijzonder hoogleraar en wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Universiteit te Utrecht. Tot 1983 bleef hij actief als wetenschapper. Op 9 september 1985 overleed hij in zijn woonplaats Amsterdam. Zijn huis daar was inmiddels uitgegroeid tot een soort studiecentrum voor hellenistische godsdiensten. Vermaseren ontving vele prijzen en werd internationaal gewaardeerd. Zijn werk werd in vele landen en in vele talen uitgegeven, en wordt nog steeds beschouwd als gezaghebbend op zijn vakgebied. Kortom: als gewaardeerd wetenschapper die geboren, getogen en gevormd is in onze wijk, de aandacht en bekendheid zeker waard!

Bronnen:
Gabriël Sanders, ‘In Memoriam Maarten J. Vermaseren’, in: Jaarboek Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van Belgie 34 (1987), (pp. 309-317, inclusief bibliografie)
R. van den Broek (Utrecht), ‘In Memoriam Maarten J. Vermaseren 1918-1985’, in: Post iucundum iuventutum Utrecht (1987), (pp. 81-83, inclusief foto)

Een bijdrage van Harry Burgers, bewerkt door Vincent Loth

Herman Bernard Wiardi Beckman

wiardi-beckman

Geboren op 04-02-1904 te Nijmegen, Politicus en journalist

Gehuwd, drie kinderen

Kerkgenootschap: Remonstrantse Broederschap

Overleden op 15-03-1945 in het concentratiekamp Dachau

Herbegraven in 1960 op het Nederlands Ereveld Loenen, vak E, nummer 713

Herman Bernard Wiardi Beckman (roepnaam Stuuf) volgde het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen. Hij geeft er samen met Marius van der Goes Naters een eigen blaadje uit, de Socialistische Gedachte. Daarna studeerde hij Letteren en Wijsbegeerte in Leiden. In de jaren dertig was hij lid en secretaris van de SDAP, persoonlijk secretaris van Pieter Jelle Troelstra en hoofdredacteur van Het Volk.

Bij de mobilisatie in september 1939 heeft Wiardi Beckman, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, zich vrijwillig bij het leger gemeld. In mei 1940 werd hij gedetacheerd bij de Generale Staf. Tijdens de meidagen van 1940 diende hij als reserve-eerste-luitenant algemene dienst (beëdigd op 9 november 1939) bij het Algemeen Hoofdkwartier van generaal Winkelman.

In die functie sprak hij namens Generaal Winkelman op 20 mei 1940 op de Grebbeberg een korte rede uit ter nagedachtenis aan de gesneuvelden.

wiardi-beckman2

Hij keerde na de capitulatie op (14 mei 1940) niet terug naar de redactie van Het Volk, omdat hij het principieel onmogelijk achtte onder de Duitse bezetting zijn gewone journalistieke werk te doen. Hij hield lezingen om de bevolking af te houden van het nationaalsocialisme. Hij werkte daarbij samen met prof. mr. B.M. Telders en prof. mr. Paul Scholten. Een verslag van deze samenwerking is de publicatie Den Vaderland Ghetrouwe, dat in het najaar van 1940 in Haarlem werd uitgegeven.

Koos Vorrink, voorzitter van de SDAP, verzocht hem zich in te zetten voor een illegale voorzetting van de partij en het partijblad. Hij werd wel betrokken bij het illegale blad Het Parool en speelde ook een rol in contactorganen van vooral jongeren uit verschillende politieke partijen.

Koningin Wilhelmina vroeg hem via het Verzet naar Londen te komen middels Contact Holland, die contacten met bezet Nederland moest leggen door agenten af te zetten en geselecteerde mensen moest oppikken van het Scheveningse strand. Ze maakten gebruik van Britse Motor Torpedoboten (MTB’s).

Op 18 januari 1942 werd Wiardi Beckman op het strand bij Scheveningen gearresteerd bij een mislukte poging naar Engeland te ontsnappen. De na de oorlog zo bekend geworden “Soldaat van Oranje” Erik Hazelhoff-Roelfsema was met zijn strijdmakker Chris Krediet vlak bij om hem van het strand op te pikken. Geheimagent Peter Tazelaar en Frans Goedhart (alias Pieter ’t Hoen) wisten te ontsnappen. Stuuf werd opgesloten in de gevangenis van Scheveningen. Hij werd tijdens het tweede OD-proces in februari-april 1943 niet veroordeeld maar ‘abgetrennt bis auf weiteres Verfahren’. Toen begon zijn gevangenschap als ‘Nacht und Nebel-gevangene’. Via kamp Vught en kamp Amersfoort kwam hij in oktober 1943 in het concentratiekamp Natzweiler in de geannexeerde Franse Elzas terecht. Toen de geallieerden naderden werd hij overgebracht en kwam in het concentratiekamp Dachau terecht. Daar raakte hij bevriend met W.A.H.C. Boellaard, Gewestelijk Commandant OD-Utrecht, en met de schrijver Nico Rost en de dichter Ed Hoornik.

Herman Wiardi Beckman stierf op 15 maart 1945 door de vlektyfus in Dachau, zo kort voor de bevrijding. Zijn medegevangene Ed Hoornik schreef later in een memoriam:“Toen schoof hij zacht zijn arm onder de mijne door. Zeg mij – zijn stem werd warm – aan wien ik toebehoor” Postuum werd hem het Verzetskruis 1940-1945 toegekend. Dr. C.M. Schulten, de Directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam schreef het boek “Zeg mij aan wien ik toebehoor” met als ondertitel: “Het verzetskruis 1940-1945”, Het Wetenschappelijk Instituut van de Partij van de Arbeid werd naar Wiardi Beckman genoemd.