Klachten

Aanvragen Bouwdocumenten

Stads- en wijkmonitor gemeente Nijmegen

Historische links:

Uit het rijke verleden van Nijmegen-oost

DE geschiedeniswebsite over de oudste stad van Nederland: Nijmegen

DE Informatiebron over straatnamen in de gemeente Nijmegen

Interessante literatuur:

Romeins Nijmegen boven het maaiveld
Reconstructies van verdwenen architectuur.
Uitgave van Museum Het Valkhof 2002
Annelies Koster, Kees Peterse, Louis Swinkels
ISBN 90-6829-074-6

maaiveld

Het Kops Plateau, Prehistorische grafheuvels en een Romeinse legerplaats in Nijmegen
Uitgeverij Uniepers Abcoude
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.
Harry van Enckevoort en Katja Zee met bijdragen van David Fontijn, Frits Laarman en Jan Thijssen.
ISBN 90-6825-166 X

kops

Een klooster in de straat
Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het klooster Bonaventura in de Vermeerstraat verscheen een jubileumboek waarin de geschiedenis van het klooster wordt beschreven. Onder meer: portretten van bewoners van het klooster en het verhaal van de schuilkelders in het klooster in het laatste oorlogsjaar.
Auteur: Brigitte Weusten. Prijs: € 17,50.
Het boek is verkrijgbaar bij de Nijmeegse boekhandels en bij het klooster, Vermeerstraat 7.

vermeerstraat

Opgravingen op het terrein van het voormalige Canisiuscollege te Nijmegen
J.K. Haalebos e.a., ‘Castra en canabae. Opgravingen op het terrein van het voormalige Canisiuscollege te Nijmegen, 1987-1992’, Jaarboek Numaga 40(1993), pp. 7-36.Castra en canabae. Opgravingen op het terrein van het voormalige Canisiuscollege te Nijmegen

haalebos

Mark Driessen: Bouwen om te blijven: de topografie, bewoningscontinuïteit en monumentaliteit van Romeins Nijmegen.

In de oudste stad van Nederland, Nijmegen, is vanaf 1951 uitgebreid onderzoek gedaan naar de resten van de diverse Romeinse nederzettingen in en om de stad. Tot nu toe had niemand een poging gedaan de overvloed aan gegevens samen te brengen, die die opgravingen hebben opgeleverd. Tot Mark Driessen de rijstebrijberg aan opgravingsrapporten, tekeningen en vondsten onder handen nam. Op 12 december 2007 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek. In zijn studie onderzocht Driessen de topografie, de bewoningscontinuïteit en de monumentaliteit van Romeins Nijmegen. Hij onderzocht hoe de militaire en civiele nederzettingen in de regio ontstonden en wat hun functie was in deze afgelegen grensstreek van het Romeinse rijk.

Om erachter te komen waarom de Romeinen rond 15 voor Christus juist die hoogte aan de Waal uitkozen voor een fort (en later ook een civiele nederzetting), maakte hij niet alleen gebruik van de gegevens die gedurende vijftig jaar tijdens opgravingen waren verzameld, maar ook van antieke bronnen en topografische gegevens over de verschillende legerplaatsen uit gelijktijdige en voorgaande periodes. Waarschijnlijk was de keuze voor een bepaalde locatie en de manier waarop een legerkamp werd aangelegd gestandaardiseerd. De 42 ha. grote legerplaats was waarschijnlijk slechts gedeeltelijk bewoond. Een groot deel van die ruimte was niet bewoond, maar was waarschijnlijk in gebruik voor de bevoorrading van dit deel van de Romeinse rijksgrens. Tot de derde eeuw na Christus zijn verschillende plekken bewoond geweest, maar altijd ongeveer op de plaats van de buurt van de huidige stad; de nederzetting heeft binnen een beperkt gebied ‘gewandeld’.

Het fort was niet gebouwd als zuiver functionele versterking. Verschillende gebouwen, zoals de woning van de commandant, kregen een groots, monumentaal uiterlijk. Dit gebouw was de markering van zijn autoriteit en grandeur van het rijk en was een herkenningspunt voor de Bataafse notabelen. Die monumentale vormgeving kan ook bedoeld zijn als blijk van erkenning van en respect voor de locale Bataafse autoriteiten. Met deze leiders moest tenslotte een belangrijke relatie opgebouwd worden, vanwege de recrutering van hulptroepen en de handhaving van rust en stabiliteit in de regio. En als je graag wilt samenwerken met de plaatselijke stamhoofden, kun je die niet ontvangen in een schuur. Ook de stijl van de naar buiten gerichte en zwaarder uitgevoerde noordpoort van het fort moet zo geïnterpreteerd worden. Het was de symbolische toegangspoort vanuit de ‘buitenwereld’ tot de Romeinse wereld en is daarom bewust op de rand van de stuwwal gebouwd. Toen het houten fort rond 70 na Christus vervangen werd door stenen gebouwen, werd het hoofdkwartier in het midden van het complex om dezelfde reden groots en monumentaal uitgevoerd. Die ‘principia’ zijn de kern van de legioensplaats, niet alleen in fysieke maar ook in symbolische zin. Het gebouw representeert de macht van Rome en dus de macht van de keizer. Het stond in het midden van het kamp en stak overal bovenuit, zodat dit plaatsvervangende ‘huis van de keizer’ niet weg te denken was uit het dagelijkse straatbeeld van de legerplaats. Dat was belangrijk om het legioen, dat voor een groot deel bestond uit plaatselijk gerecruteerde hulptroepen, tot een eenheid te smeden: waar ze ook waren in het kamp, overal werden de legionairs geconfronteerd met het symbool van de onoverwinnelijkheid en aanwezigheid van Rome en zijn keizers. Identiteit was voor de Romeinen geen punt van discussies. Niet-Romeinen konden zonder enig probleem dienst nemen in het leger. Van culturele verschillen maakte niemand een punt, zo lang ze de autoriteit van de keizer maar erkenden.

Het proefschrift van Mark Driessen is door de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten uitgegeven als deel 151 in de serie Rapportage Archeologische Monumentenzorg onder de titel ‘Bouwen om te blijven: de topografie, bewoningscontinuïteit en monumentaliteit van Romeins Nijmegen’, ISBN 978 90 5799 111 0.
Bron: Noorderlicht VPRO, d.d. 11 december 2007