timetableLangzamerhand verschijnen de Franken om uiteindelijk de macht over te nemen. Een flink dorp groeit binnen de droge grachten van het Castellum, maar ook daarbuiten ontstaan nederzettingen. Een ervan ligt op de hoek van de Berg en Dalseweg en de Canisiussingel. Doden worden begraven in grafvelden te westen en ten oosten daarvan, met uitlopers tot aan de Hugo de Grootstraat en het Margrietpaviljoen. In deze grafvelden tekent zich de toenemende Frankische invloed goed af. De historici hebben erover geschreven maar wij hebben uit de verschillende grafvelden ten westen en ten oosten van het Valkhof materiaal gevonden waaruit de toenemende Frankische invloed blijkt. Onze grafvelden laten zich mooi vergelijken met die van Krefeld-Gellep, een belangrijke Frankische site in Duitsland. Op de hoek van de Berg en Dalseweg en de Canisiussingel heeft een Frankische nederzetting gelegen in de vierde eeuw. Vanaf 270 zijn vrije (franci) Germaanse groepen door de Romeinen (geromaniseerde Bataven) binnengehaald. Ze deden eigenlijk hetzelfde als vroeger de Bataven: het tegenhouden van de wilde broeders van hun eigen volk. Rond 340 haalt Constans I een aantal Frankische groepen naar binnen om het gebied te beschermen (foederati). Vanaf dat moment is de beer los. Allerlei Frankische groepen maar ook de Alamannen storten zich op de Romeinse gebieden. Onze regio komt er betrekkelijk genadig vanaf omdat hier al zoveel Franken zitten die ook hoog in het leger terecht zijn gekomen. Zoals al gezegd: rond 450 eindigt formeel de Romeinse bezetting. En rond 500 neemt Clovis, de eerste superfrank de zaak gecentraliseerd over.

Rond 400 nemen de Franken definitief het Castellum op het Valkhof en alle Romeinse bezittingen over. Dit is het einde van het Romeinse tijd. Maar ook in de eeuwen daarna blijven de grafvelden in gebruik.

Op het Valkhof ontwikkelt zich door de eeuwen heen een stad met stadswallen en droge grachten. De enige resten van de laatste 16de eeuwse omwalling kan men vinden in het Kronenburgpark en het Hunnerbergpark. Ons gebied ligt dan in het schootsveld en is onbewoond. Het deel ten oosten van de gracht op het Valkhof gaat uiteindelijk op in de Ubbergse Heerlijkheid en behoort honderden jaren niet meer tot het Nijmeegse. Vermoedelijk heeft Nijmegen wel land gekocht om zijn vestingwerken te kunnen uitbreiden. Daarbij verdween de zgn. ‘Nije Stad’ die zich aarzelend aan het ontwikkelen was langs de oostelijke steilwand. Het enige ‘lichtpuntje’ in dit kale schootsveld was de St. Joostkapel die, omgeven door een kerkhof, heeft gelegen aan de Barbarossastraat tussen de Ten Hoetstraat en de Hugo de Grootstraat. Hij wordt voor het eerst genoemd in 1450 en is in 1553 afgebroken. Pas rond 1897 komt het oostelijk gebied weer tot leven, na de slechting van de wallen.