Een borrel van Oma
Wonen
Mijn opa en oma woonden van 1924 tot 1962 in de Esdoornstraat op nummer 39. De Esdoornstraat heette tot 1922 Van Langeveldstraat. De straat werd herdoopt toen de andere straten in het Rooie Dorp werden gebouwd en bomennamen kregen. De straat was het eerste blok huizen dat door de woningbouwvereniging De Gezonde Woning in 1915-1916 werd gebouwd. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest er op de bouw flink bezuinigd worden, zo vervielen de plafonds in de slaapkamers zodat de bewoners vanuit hun bed tegen het dak aankeken en ook de bijkeukens waardoor de wc in de tuin kwam te staan. Maar rond 1940 zijn er plafonds aangebracht en ook de bijkeukens gebouwd en in de jaren 1955- 1962 toen ik regelmatig bij mijn opa en oma over de vloer kwam, was er dus een bijkeuken met een opbergplaats voor de fiets en was ook de wc in een afgescheiden hok geplaatst bestaande uit gemetselde muren en een deur.

Schouten, Jo 1935-1936 Esdoornstraat
(RAN fotonummer F9700 )
Je kon niet zomaar een huis krijgen in het Dorp : arme gezinnen die de huur niet konden betalen werden geweerd maar ook als je te veel verdiende , was je niet welkom. Verder weerde het bestuur “ minder gewenste elementen. “ Mijn opa was letterzetter bij Thieme , in 1930 verdiende een letterzetter per week 31, 20 gulden, een vakman. Hoewel hij in het Rooie Dorp woonde, was hij waarschijnlijk geen lid van de SDAP , zoals zo veel Rooie Dorpers, want mijn grootouders waren streng gelovig katholiek.
De hoekhuizen Broerweg/Esdoornstraat waren wat luxer. Ze hadden aan de Broerweg een klein tuintje en hadden aan die kant ook een extra kamer: de zondagkamer. Door de week kwam je daar niet binnen. Alleen als meneer pastoor op bezoek kwam of de huur door de woningbouwvereniging werd opgehaald werd hij gebruikt. Het leven speelde zich af in de woonkamer, in het midden een tafel met 4 stoelen. Op de kopse kant aan de Esdoornstraat was een raam met daarnaast de rookstoel van opa met een asbakstandaard en het bakelieten wandkastje van de radiodistributie. Aan de andere kopse kant stond de kolenkachel met aan weerszijden een inbouwkast. Naast de kachel stond aan één kant een stoel. Aan de andere kant was niet mogelijk want daar was de doorloop naar een kleine keuken. Aan de ene lange zijde, aan de kant van het kleine achterplaatsje, was een raam dat daarop uitkeek en een sofa. Aan de andere lange zijde was een vitrinekast en een deur naar het halletje waar je het huis binnenkwam en een deur naar een keldertje waar de kolen en de aardappelen lagen opgeslagen. De keuken was klein met een turf dan wel briketten fornuis. Ook een aanrecht met zo’n granieten blad waar een spoelbakje in zat. Eronder, achter een gordijntje, was later een apparaatje waar muntjes in moesten voor gas . Het toilet was buiten de keuken en in het aangebouwde berghok/fietsenhok. Het riool was niet best. Je keek vanaf het zitdeel van het toilet in een gat naar beneden. Ik kan mij niet herinneren dat je er zelf water in moest gooien. Ik herinner mij meer een gietijzeren stortbak met een koord en een houten handvat.
Tante Marie
Niet alleen mijn opa en oma maar ook mijn overgrootouders en mijn tantes Marie en Sientje woonden er. Mijn overgrootouders woonden van 1926 tot eind 1938 aan de Eikstraat 67. Mijn overgrootvader was een klein mannetje maar beresterk. Hij is zijn hele leven van beroep smid geweest en heeft nog meegewerkt aan de smeedijzeren hekken rondom de kazernes. Hij werd geboren in 1864 en overleed in 1958, 94 jaar oud. Na het overlijden van zijn vrouw Dina Gerritse in 1936 is hij bij zijn oudste dochter Marie ( van de groentewinkel ) aan de Berkstraat 2 ingetrokken.
Gaan we nu naar Tante Marie van de groentezaak. Zij was getrouwd met J.P. Wolf. In de Adresboeken van 1918, 1920 en 1922 staat hij vermeld als letterzetter wonende aan de Van Langeveldstraat. Vanaf 1924 staan hij en zijn vrouw Marie vermeld als wonende Berkstraat 2/hoek Broerweg. Als beroep staat opgegeven koopman. Dat geldt ook voor de jaren 1926, 1928 en 1932. Pas in het Adresboek van 1934 e.v. staat bij Berkstraat 2 vermeld: Groente-, fruit – en aardappelhandel. Misschien was dat in de jaren daarvoor ook al, maar zo staat het niet vermeld. J.P. Wolf overlijdt op 17-11- 1939 als gevolg van een noodlottig ongeval. Tot op heden weet ik niet wat dat noodlottig ongeval nou geweest moet zijn. Vanaf 1940 staat voor Berkstraat 2 vermeld: Wolf, wed. J.P. geb. de Kluis. Groente-, fruit- en aardappelhandel. Over mijn tante Marie bestaan allerlei verhalen. In Venster op ’t Rooie Dorp lezen we bijv. : “ Marie Wolf liep ook met een handkar langs de huizen. Omdat ze alle roddels kende, had ze als bijnaam ‘ de courant van Nijmegen ‘. Daarbij sloeg ze de plank wel eens mis. In 1925 kreeg ze een boze brief van De Gezonde Woning: ‘ ….het is niet waar dat de dochter van S. ten onrechte een woning niet heeft gekregen. Wij raden u als handelsmensen aan de door u rondgestrooide praatjes weer te herroepen, aangezien het bestuur tegen het rondstrooien van verdachtmakingen zonodig met kracht zal optreden. ‘ Er is een foto van tante Marie met haar moeder en haar dochter voor het raam van de groentezaak. Maar van de winkel zie je weinig . Door het raam een paar kisten met appels en daarboven wat blikken waarop staat ( gezien door vergrootglas) Armour’s Very Best Bacon en er is met krijt iets op een stukje muur geschreven.

Foto Ron de Kluis : tante Marie, haar moeder Dina Gerritse en haar dochter Miet Wolf
De familie hielp tante Marie waar het kon. Zo ging er iemand van de familie wel eens langs bij slecht betalende klanten om het geld op te halen. Dat was beter als dat Tante Marie (vanaf eind 1939 al weduwe) dat zelf ging doen als alleenstaande vrouw.
Tante Sientje woonde tegenover mijn opa en oma in de Populierstraat 1/hoek Broerweg. Daarvoor hebben ze van 1920 tot 1924 in de Elandstraat gewoond. Vanaf 1926 wonen zij in het Rooie Dorp Eikstraat 39. Na de oorlog is de eerste vermelding uit 1948 en dan wonen zij dus in de Populierstraat 1/hoek Broerweg.
Van school naar oma
Omdat ik bij de broeders op de Berg en Dalseweg op school zat , ging ik tussen de middag meestal langs bij opa en oma voor een snoepje en na school om te voetballen. Ik zat bij de Trekvogels en de meeste jongens van die club kwamen uit het Dorp. De route die ik liep van school naar het Rooie Dorp wisselde wel. Was ook afhankelijk met wie ik liep. Je liep over de stoep van de Berg en Dalseweg langs de jeugdgevangenis Hunnerberg. De ene keer sloeg je meteen rechts de Eikstraat in en soms liep je 50 meter door tot aan de Broerweg. En dan de Broerweg langs het winkeltje van Duro naar de Esdoornstraat. Dat winkeltje stelde echt niks voor, als er twee man binnen stonden, moest nummer drie buiten wachten. Het was misschien wel de eerste avondwinkel in Nijmegen. Als je bijvoorbeeld om 9.00 uur ’s avonds een boodschap te kort kwam, liep je naar de Duro. Je klopte met een stok tegen het hogere raam naast de winkeldeur. Dan ging het raam open en riep je wat je nodig had. Je boodschap werd in de winkel , die donker bleef, opgehaald en door het raam meegegeven. Officieel was de winkel niet open geweest. Het bedrag werd opgeschreven en de volgende dag betaald.

Plattegrond door Ron de Kluis
Meestal liep ik met het zoontje van de Melkboer die zijn zaak had waar nu het cafetaria zit, want door het gangetje naast de melkzaak kwam je bij een veldje waar wij voetbalden. Ook liep ik wel eens met Thijs Viegers, zoon van architect Viegers, die woonde in het huis met het hele spitse dak op de hoek van de Broerweg en de Berg en Dalseweg. Dat huis staat er nu nog.

http://www.nijmeegsglorie.nl/datum foto: 8 april 2016
bron foto: Paul Marsman©

Oma en de borrel
Wat veel indruk op mij maakte en me vooral is bijgebleven zijn de keren dat ik met mijn oma meeging om een borrel voor mijn opa te halen. Mijn opa maakte lange , zware werkweken en waarschijnlijk vond mijn oma daarom dat hij van tijd tot tijd een extraatje verdiende. Op zo’n zaterdag maakte oma een lege melkfles grondig schoon, dan riep ze mij en daar gingen we, op pad naar café De Keizerskroon ( nu de Shuffle ). Naast het café was een toegangspoortje, als je dat opende kwam je in een ruimte met een luikje. Oma klopte op het luikje waarna iemand het luikje opende. Oma gaf de melkfles met de opdracht : één glaasje. Vervolgens kwam de melkfles terug met een borrel jenever erin. Op de terugweg mocht ik de fles dragen. Thuisgekomen ging oma naar de keuken, schonk de jenever over in een borrelglas en bracht het naar opa die klaar zat in zijn leunstoel. Genietend nam hij dan kleine slokjes, zijn beloning voor hard werken.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/9/9a/Berg_en_Dalseweg_198_-_cafe_De_Keizerskroon_-_F26251_-_Van_der_Grinten.jpg/800px-Berg_en_Dalseweg_198

Verteld door Ron de Kluis en opgetekend door Rob Weenink
Gebruikte bron: Wolf, Rob. Venster op het Rooie Dorp. Nijmegen 1997 Uitgave Woningbouwvereniging De Gezonde Woning