Gesprek met de heer Knipping

Voor Gérard Knipping is de Dominicanenstraat de helft van zijn leven. Van 1927 tot 1959 woonde hij er op nummer 13. Hij zat op de kleuterschool bij de zusters Dominicanessen en was misdienaar in hun kapel. In de Maria Geboortekerk was hij misdienaar en later soms vervangend koster. Ook zijn vader was zeer actief voor de kerk. Vanaf 17 september ’44 maakte Knipping de gruwelijke granatentijd mee waarover hij een dagboek schreef (zie elders op deze site). Na de oorlog was hij werkzaam als leraar Nederlands en Engels en later als adjunct-directeur aan de ULO. In de jaren negentig schreef hij een boekje over de geschiedenis van de Maria Geboortekerk en een lezing over het St-Vincentiusklooster, nu de Vrouwenschool.

Wonen in de Dominicanenstraat
‘Ik ben geboren in de Van Welderenstraat nummer 44 in april 1924. Mijn vader had een verzekeringskantoor. Als pensioen had hij een lapje grond gekocht op de Dominicanenstraat om daar huizen op te bouwen. De nummers 11 t/m 21, tegenover de oude lagere school. Mijn vader verhuurde de woningen voor 28 gulden in de maand. Zelf gingen we wonen op nummer 13, een wat groter huis met een uitbouw aan de achterkant. “Eerste steen gelegd door Marietje, Antoon, Gerard en Godfried 30-3-1926” is nog op ons oude huis te zien. De namen zijn van de oudste vier van de negen kinderen met wie we daar gewoond hebben. In 1964 stierf vader, een paar jaar nadat hij 65 was geworden. Hij had het ‘pensioen’ zelf niet nodig gehad.’‘De straat was vroeger wel anders dan nu. Zo had je veel meer winkeltjes in de buurt. Op de hoek Mariaplein/Dominicanenstraat zaten er een paar. En in de Dominicanenstraat zat een kruidenier, tegenover waar nu KION is. Er was ook een melkhandelaar en een bakkerij. De fietsenzaak Sloos zit er al lang. Halverwege de straat was een brede ingang naar een terrein waar toen een sigarenfabriek stond. Nu is daar een gymzaal. En er waren natuurlijk de Dominicanessen van het St. Vincentiusklooster met de scholen eromheen. De schoolgebouwen zijn allemaal gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouwwoningen. Sic transit gloria Noviomagi.’
Maria Geboorteparochie
‘We hebben allemaal grandioze herinneringen aan onze tijd in de Dominicanenstraat. Allemaal. We hadden een leuk gezin en we waren actief voor de pastorie van de Maria Geboortekerk. De pastorie had een pastoor met vijf kapelaans, moet je je voorstellen, zoveel, dat bestaat nu niet meer. Soms had een pater zijn fietslichtje kapot en dan kwam hij even naar Knipping of wij dat konden repareren. Ook mochten mijn broers en ik misdienaar worden. En als de koster met vakantie ging, mochten wij koster spelen.’
Kerkklokken
‘In 1942 hadden de Duitsers de klokken meegenomen, ze maakten er kanonnen van. Toen men later nieuwe klokken wilde, moest dat bij elkaar gespaard worden door de parochie. Er werd een comité van notabelen uit de wijk in elkaar gezet. Mijn vader was het uitvoerend comité. Hij trommelde ons, jongens en meisjes van de verkennerij en gidsen, op om op elke zondagochtend alle deuren in de buurt langs te gaan om geld in te zamelen. In naoorlogse tijd collecteren ook daar waar men nog nauwelijks te eten had: dat was heel wat. Het ging echt met dubbeltjes en kwartjes. Maar zo zijn, na maandenlang collecteren, nieuwe klokken terug gekomen.’
Mariabeeld
‘Vader heeft ook een werkcomité in elkaar gezet voor het veertigjarig priesterfeest in 1948 van pastoor Dickmann. De pastoor wilde heel graag een groot Mariabeeld op het plein voor de kerk. Het comité is toen meer dan een jaar wekelijks huis aan huis gegaan om het geld bij elkaar te sprokkelen. In 1949 kon het huidige Mariabeeld van beeldhouwer Albert Meertens worden ingewijd. Bij de inwijding stond het halve Mariaplein vol met duizenden geïnteresseerden.’
Maria Omdracht en onderscheiding vader Knipping
‘In 1933 / ‘34 heeft Titus Brandsma de Maria Omdracht (processie met Mariabeeldje Molenstraatskerk) in ere hersteld. Mijn vader zat ook in het comité om de Maria Omdracht te herstellen. Later heeft mijn vader de onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’ gekregen van paus Johannes XXIIIe voor al zijn inzet voor de kerk.’
De Maria Geboortekerk in ’40-‘45
Waar de kerk in vroeger dagen van veel groter belang was in de samenleving, was zij dat in ’40 – ’45 zeer zeker. Bij vele vieringen zat de Maria Geboortekerk stampvol. De saamhorigheid in de parochie was toen groots. Na het bombardement op de stad waren er dagelijks uitvaarten in de kerk, uitvaarten die hier plaatsvonden omdat alle vier de stadskerken gebombardeerd waren. In de granatentijd na september ’44 waarin Nijmegen Oost zwaar getroffen werd door bommen, granaten en brandstichtingen van de ‘moffen’, bleef ook de Maria Geboortekerk niet gespaard. De kerk werd meerdere malen getroffen door granaatinslagen. Knipping: ‘In een zuil rechtsachter is dit nog te zien. Ook de torenspits ging eraan, het kruis van de toren hing aan een haak ondersteboven aan de rest van de toren. Omdat de kerk onbruikbaar en te gevaarlijk was, werden twee noodkapellen ingericht. Een in de schoenfabriek Van Wellen aan de Groesbeeksedwarsweg en een in de kelder van het Dominicanessenklooster.’ Vanaf eind ’44 werkte Gerard Knipping, op verzoek van de kerk, zo’n drie maanden als vrijwillig koster in de noodkapel aan de Dominicanenstraat. Elke dag stond hij om 6.30 op om de kapel gereed te maken voor de dagelijkse mis. Komende vanaf zijn ‘evacuatie-adres’ aan de Rembrandstraat moest hij soms dan duiken voor granaten en stukken kruipend afleggen.
Gedenkboek ‘Maria Geboortekerk Nijmegen 100 jaar’
Ter ere van het 100-jarig bestaan van de Maria Geboortekerk in 1994, vroeg de parochieraad aan de heer Knipping om een boekje te schrijven over de geschiedenis van de kerk omdat hij en zijn familie er zelf zoveel van hadden meegemaakt. Dit werd het gedenkboek Maria Geboortekerk Nijmegen 100 jaar. Voor dit boekje spitte hij het archief en de kronieken van de kerk uit vanaf 1894 tot 1994.
Klooster St. Vincentius Ferrerius en de scholen
De heer Knipping dook ook in de archieven van het klooster, op verzoek van de huidige bewoonsters van het gebouw. In 1994 hield de heer Knipping er in de Vrouwenschool een lezing over.
Zusters Dominicanessen
Het kloosterleven van de zusters Dominicanessen begon eind 19e eeuw in een paar schoollokalen. Al spoedig was er uitbreiding nodig. Begin 1900 waren er al honderden kinderen. Maar nog steeds was er geen klooster voor de zusters, die tot dan toe op de zolders van de scholen sliepen. In 1904 wordt dan eindelijk de eerste steen gelegd voor een klooster. Knipping schrijft in zijn lezing: ‘Op de zolder zijn zeer sobere houten kamertjes gebouwd, die ‘cel’ heetten. In het begin uiteraard zonder verwarming en zonder stromend water. Pas in veel later jaren is dat gekomen.’ En over de zusters: ‘Het grootste aantal dat hier gevestigd was, moet rond de 45 geweest zijn. Zij waren tot de jaren ’70 gekleed in een crèmekleurig habijt met een witte bef en een zwarte sluier.’
Misdienaar
In de jaren dertig was Knipping misdienaar in het klooster. Knipping schrijft: “Samen met de rector mochten alleen de misdienaars als enige man er komen. Op de grote zwaaideuren die toegang gaven tot het woongedeelte van de zusters stond dan ook met duidelijke en mooie letters SLOT. ’s Morgens om kwart voor zeven stond de voordeur op een kier voor pater en misdienaars. Zeer zacht hoorde je die te sluiten. Dat deed je dan ook. Een heel werk trouwens voor een jochie van 9 à 10 jaar [..] Dan sloop je op je tenen naar het kastje in de muur waar gymschoenen stonden. Die moest je aantrekken om zo zacht mogelijk te lopen en om altijd op schone schoenen in het ‘heilige der heiligen’ binnen te gaan.”
Scholen
Inmiddels waren er in die tijd rondom het klooster een lagere school (nummer 4), een ULO (8) en een kleuterschool. De kleuterschool (‘Fröbelschool’) bereikte je via een gang naast de ULO. De heer Knipping heeft zelf op de kleuterschool gezeten. In het onderschrift bij de foto van zijn klas in 1930 staat: “Op deze foto: een groot verzetsman in de jaren ’40-’45, maar ook een groot verrader uit die jaren. De eerste werd gefusilleerd bij Sionshof. De tweede kreeg in 1945 levenslang.” Na de lagere school bij de broeders in de Hertogstraat maakte de heer Knipping de ULO af in de Gerard Noodtstraat. Vervolgens ging hij naar de kweekschool. In de bezettingstijd vond vader het te gevaarlijk worden als Gérard in Nijmegen zou blijven. Knipping: ‘Samen met vier of vijf jongens van de verkennerij knipten we wel eens Duitse kabels door in Dukenburg of gooiden we suiker in de benzine van Duitse voertuigen. Vader was bang dat ik opgepakt zou worden en ook een gevaar zou vormen voor de veiligheid van het gezin. Hij stuurde me daarom naar de kweekschool bij de broeders in Maastricht, waar mijn broer Fried al zat.”

Het klooster in ’40-‘45
Ook voor de zusters van het klooster was de oorlogstijd hard. Knipping: ‘In februari ‘44 moesten de zusters van de ‘moffen’ het klooster binnen enkele dagen verlaten omdat het door hen in beslag werd genomen. De buurt hielp hen toen om zaken als meubilair en habijten onder te brengen bij de overburen. Tragisch is dat alles daar in oktober ’44 bij een aanval van granaatvuur in brand geschoten werd en dus alles in vlammen opging. Tot de bevrijding heeft het klooster vervolgens leeg gestaan. Toen is de lagere school een paar weken gebruikt voor Duitse krijgsgevangenen. Na oktober ’44 kwamen er de Canadezen in. In de zomer van ’45 werd een comité in het leven geroepen van buren en vrienden van het klooster om het op te ruimen, schoon te maken met na-oorlogse zeep en van geschonken meubilair te voorzien. De ontvangstdag van de zusters werd een groot feest.’
Oorlogsdagboeken
De heer Knipping hield in de bezettingstijd twee indrukwekkende dagboeken bij. Een over de Mgr. Hamerstam van de verkennerij die ‘ondergronds’ ging. De Duitsers beschouwden de verkennerij als staatsgevaarlijk en hadden haar verboden. In een ander dagboek beschrijft hij gedetailleerd per dag zijn ervaringen vanaf de bevrijding op 17 september ’44 en de gruwelijke granatentijd erna tot 5 mei 1945. Zie hiervoor elders op deze website.
Na de oorlog Na de oorlog maakte Knipping zijn kweekschool af en werkte als onderwijzer aan lagere scholen in Elden en Nijmegen. In 1963 ging hij als leraar werken aan de ULO, later Mavo, in de Dominicanenstraat. Hij oefende met veel plezier zijn vak uit als leraar Engels en Nederlands. In de latere jaren was hij adjunct-directeur tot 1984. Een tijd daarvoor waren de zusters al vertrokken uit het klooster en de scholen. Uit de kronieken van de kerk: ‘Sinds eind vorige eeuw hebben de zusters onnoemelijk veel betekend voor onze parochie door haar drie vormen van onderwijs: kleuterscholen, lagere school en ULO-school en door allerlei pastoraal werk.’ De kleuterschool en de lagere school werden afgebroken. In 1989 werd de ULO afgebroken om plaats te maken voor het huidige appartementencomplex aan een straat die de Roothaanstraat zou gaan heten…’
De Roothaanstraat
‘De grond van de Maria Geboortekerk, het klooster en de voormalige scholen in de Dominicanenstraat was vroeger van de familie Roothaan, een goed gesitueerde familie. Toen er een straat werd aangelegd tussen de Daalseweg en de Berg en Dalseweg was het idee om dit de Roothaanstraat te noemen. Uiteindelijk hebben ze de straat Dominicanenstraat genoemd, naar de Dominicanen en Dominicanessen. Bij de sloop van de ULO in de jaren negentig wilde de Gemeente Nijmegen de nieuw ontstane straat vernoemen naar Massink. Deze oud-wethouder had echter al de Massinkhal. Ik heb toen naar de straatnamencommissie geschreven dat ik vond dat het Roothaanstraat moest heten. De gemeente heeft dat toen overgenomen. De straat heet nu, terecht, de Roothaanstraat.’ Ook hier schreef de heer Knipping weer geschiedenis. Het toeval wil dat dit de straat is waar ik woon.
Ten slotte
De heer Knipping is op 9 maart 2010 overleden.
Gérard Knipping werd in november/december 2010 geïnterviewd door Caroline Majoie.